Omgekeerde schouderprothese (arthrose)
Een omgekeerde schouderprothese wordt geplaatst wanneer de pezen van de schouder ernstig beschadigd of niet meer functioneel zijn. Bij deze techniek wordt de normale anatomie van het schoudergewricht omgedraaid. De bol wordt op het schouderblad geplaatst, en de kom op de bovenarm. Hierdoor verschuift het draaipunt van de schouder naar een andere positie. Dat maakt het mogelijk om de arm te bewegen met de deltoidspier, in plaats van met de kapotte pezen van de schouder.
De operatie gebeurt via een snede aan de voorkant van de schouder. De beschadigde kop van de bovenarm wordt verwijderd. Er wordt een metalen steel in het bovenarmbot geplaatst, met daaraan een komvormige component. Op het schouderblad wordt een metalen bol bevestigd met schroeven. Deze prothese zorgt voor stabiliteit ondanks het ontbreken van de schouderpezen. Na de operatie draagt de patiƫnt enkele dagen een draagdoek. Kinesitherapie wordt geleidelijk opgebouwd om de functie te verbeteren. Patiƫnten merken vaak duidelijke pijnvermindering en herwonnen armfunctie, vooral bij beweging boven schouderhoogte. De levensduur van de prothese is gemiddeld 25 jaar, afhankelijk van gebruik en botkwaliteit. Het is technisch complexer dan een anatomische prothese, maar vaak de enige goede optie bij uitgebreide peesschade.