Anatomische schouderprothese (arthrose)

Een anatomische schouderprothese vervangt het versleten schoudergewricht door kunstmatige onderdelen. Deze prothese bootst de natuurlijke anatomie van de schouder na: een bol op de bovenarm en een kom op het schouderblad. De ingreep wordt meestal uitgevoerd bij patiënten met artrose van het schoudergewricht, maar met intacte schouderpeze. Tijdens de operatie maakt de chirurg een snede aan de voorzijde van de schouder. De schouderkop wordt verwijderd en vervangen door een metalen bol. De schouderkom krijgt meestal een kunststof kom als tegenstuk.

De implantaten worden vastgezet met en zonder botcement, afhankelijk van de botkwaliteit. De schouderpezen worden tijdens de operatie gespaard of gehecht indien nodig. Een goede werking van deze spieren is essentieel voor het slagen van deze prothese. Na de operatie volgt een periode van immobilisatie in een draagdoek. Fysiotherapie begint meestal binnen enkele dagen om de schouder voorzichtig weer beweeglijk te maken. Het herstel duurt gemiddeld 6 maanden. De meeste patiënten ervaren duidelijke pijnvermindering en verbeterde beweeglijkheid. Een anatomische prothese is niet geschikt bij ernstige peesbeschadiging – in dat geval kiest men voor een omgekeerde prothese. De levensduur van een anatomische prothese is gemiddeld 15 jaar.

Peesherstel arthroscopisch (peesscheur)

Arthroscopie schouder (AC-/bicepslast)

Omgekeerde schouderprothese (arthrose)

Latarjetprocedure (instabiliteit)

Bankart-procedure (instabiliteit)

AC-stabilisatie (AC-luxatie)

Osteosynthese (Breuk schouderkop)

Osteosynthese (breuk sleutelbeen)

Peestransfer (grote peesscheur)

close

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x