AC-stabilisatie (AC-luxatie)
Een AC-stabilisatie met een TwinTail-implantaat wordt uitgevoerd bij een AC-luxatie (acromioclaviculaire luxatie), meestal graad III of hoger. Bij dit letsel is het sleutelbeen losgeraakt van het schouderblad, vaak na een val op de schouder. De operatie wordt uitgevoerd om de normale stand en stabiliteit van het sleutelbeen te herstellen.
Tijdens de ingreep wordt een kleine incisie gemaakt boven het AC-gewricht. Via een boorkanaal wordt een speciaal implantaat, het TwinTail-systeem, ingebracht. Dit systeem bestaat uit synthetische draden met knoopbare eindplaten, die het sleutelbeen en het schouderblad stevig met elkaar verbinden. De draden worden onder het coracoïd geleid en vervolgens door het sleutelbeen omhoog gehaald. Bovenop het sleutelbeen en onder het coracoïd komen kleine knopjes of plaatjes die de kracht verdelen.
De chirurg trekt de draden aan tot het sleutelbeen weer op de juiste plek ligt en knoopt ze vast. Hiermee ontstaat een stabiele verbinding die de gescheurde ligamenten vervangt. De gewrichtspositie wordt zo anatomisch mogelijk hersteld, zonder metalen schroeven of krammen. Na de ingreep draagt de patiënt enkele weken een draagdoek. Kinesitherapie wordt geleidelijk gestart, eerst gericht op mobiliteit, daarna op kracht. Het implantaat hoeft meestal niet verwijderd te worden. Deze techniek is minimaal invasief, stabiel en goed toepasbaar bij sportieve of actieve patiënten. De resultaten zijn over het algemeen goed, met hoge tevredenheid en weinig complicaties.