Arthroscopie schouder (AC-/bicepslast)
AC-resectie:
De ingreep gebeurt via een kijkoperatie met kleine sneetjes in de huid. Door één van de sneetjes wordt een camera in de schouder gebracht. Via andere sneetjes worden instrumenten ingebracht om in de ruimte boven de schouderpees te werken. De arts bekijkt eerst de slijmbeurs en de botstructuren rondom het AC-gewricht. Als er veel slijmbeursweefsel is, wordt dit verwijderd om beter zicht te krijgen. Ook kan een stukje van het schouderdak worden bijgeschaafd, indien nodig. Vervolgens wordt het AC-gewricht opgezocht, dat zich bevindt tussen het sleutelbeen en het schouderdak. Met een kleine frees wordt ongeveer 5 tot 10 mm van het uiteinde van het sleutelbeen verwijderd. Hierdoor ontstaat ruimte tussen het sleutelbeen en het acromion, zodat bot-op-bot contact en pijn verdwijnen. Het gewrichtskapsel en eventuele ontstekingsweefsels in het AC-gewricht worden ook verwijderd. De arts zorgt ervoor dat het gewricht mooi vlak en stabiel blijft. Daarna wordt het gebied goed gespoeld en worden de instrumenten verwijderd. De kleine sneetjes worden gesloten met hechtingen. De arm wordt meestal enkele dagen ondersteund met een draagdoek.
Biceps:
De lange bicepspees kan klachten geven door slijtage, instabiliteit of peesontstekingen. Als behandeling zijn er twee opties: bicepstenotomie en bicepstenodese.
Bij een tenotomie wordt de pees losgeknipt van haar aanhechting in de schouder. De pees wordt dan losgelaten en niet opnieuw vastgezet. Deze ingreep is technisch eenvoudig en gaat snel. Vaak wordt dit gedaan bij oudere of minder actieve patiënten. Na een tenotomie kan de pees wat terugzakken, wat soms leidt tot een bolling in de bovenarm (de "Popeye-spier"). De meeste mensen hebben hier weinig of geen functionele last van.
Bij een tenodese wordt de pees eerst losgemaakt en daarna opnieuw vastgezet aan het bovenarmbot. Dit gebeurt meestal met een schroefje of anker, arthroscopisch of via een kleine snee. Deze techniek houdt de spier op spanning en voorkomt een zichtbare spierverplaatsing. Een tenodese wordt vaker gekozen bij jonge of sportieve patiënten. De revalidatie duurt iets langer dan bij een tenotomie. Beide ingrepen kunnen pijnklachten verminderen en de functie van de schouder verbeteren. De keuze tussen de twee hangt af van leeftijd, activiteitenniveau, cosmetisch belang en de staat van de pees.