Latarjetprocedure (instabiliteit)
De Latarjet-operatie is een chirurgische behandeling voor terugkerende schouderluxaties, vooral als er botverlies is aan de voorzijde van de schouderkom. De ingreep wordt meestal via een open techniek uitgevoerd. Tijdens de operatie wordt een botstukje, het coracoïd, losgemaakt van het schouderblad. Aan dit botdeel zitten pezen vast, die ook worden verplaatst.
Het botstuk wordt naar de voorzijde van het glenoid (schouderkom) gebracht, precies op de plek waar bot verloren is gegaan. Daar wordt het stevig vastgezet met twee schroeven. Zo vergroot de arts het oppervlak van de kom en creëert een fysieke blokkade tegen nieuwe luxaties. Tegelijk zorgt de verplaatste pees voor dynamische stabiliteit bij het naar voren bewegen van de arm.
De procedure is technisch complexer dan een Bankart-herstel, maar zeer effectief bij patiënten met botdefecten of eerdere mislukte operaties. Na de ingreep wordt de arm enkele weken geïmmobiliseerd met een draagdoek. Kinesitherapie volgt geleidelijk, met eerst focus op mobiliteit en later op kracht. Het herstel duurt enkele maanden. De kans op nieuwe luxaties is na een Latarjet erg klein.