Sleutelbeen-breuk
Het sleutelbeen verbindt het borstbeen met het schouderblad en vormt daarmee een belangrijke schakel in de schoudergordel. Een breuk van de clavicula komt relatief vaak voor, vooral bij jongvolwassenen en sporters, en treedt meestal op in het middelste deel van het bot waar het het smalst is.
Een breuk van het sleutelbeen ontstaat meestal door een directe val op de schouder, een val op een gestrekte arm of een verkeersongeval. Typische klachten zijn scherpe pijn aan de bovenkant van de schouder, zwelling, een voelbare of zichtbare vervorming en moeilijkheden met het bewegen van de arm. Soms is er een krakend gevoel bij bewegen. In zeldzame gevallen kunnen onderliggende structuren worden beschadigd, zoals de long of grote bloedvaten, vooral bij sterk verplaatste fracturen.
De diagnose wordt gesteld via lichamelijk onderzoek en röntgenfoto’s. In de meeste gevallen is een niet-operatieve behandeling voldoende met een draagdoek of cijfer-8-verband, gevolgd door kinesitherapie. De pijn vermindert meestal binnen enkele weken en het bot groeit binnen 6 tot 12 weken weer vast. Operatieve behandeling wordt overwogen bij sterk verplaatste of meervoudige fracturen, open fracturen of bij risico op niet-goed-genezende breuken. Operatie kan ook sneller functioneel herstel geven bij actieve patiënten.